Gebouw
Faciliteiten
Virtuele tour
GEBOUW
Ontwerpvisie Jan Hoogstad, Ector Hoogstad Architecten.
Dit multifunctionele muziek- en theatercentrum is met drie zalen, kantoorruimtes, oefenruimtes en lesruimtes de accommodatie voor een diverse verzameling gebruikers uit alle geledingen van de Twentse muziekcultuur: Stadsschouwburg en Muziekcentrum Enschede, het Orkest van het Oosten, de Nationale Reisopera, Muziekschool Twente, het ArtEZ Conservatorium en Poppodium Atak. Een aantal faciliteiten wordt gezamenlijk benut. De Muziekschool in het complex heeft een soort ‘lat-relatie’ met de podiumaccommodaties, de leerlingen delen het gebouw met de professionals. De opzet is zodanig dat van de gezamenlijke huisvesting optimale synergie verwacht mag worden.
Podiumgebouwen behoren tot de meest complexe ontwerpopgaven. De belangrijkste reden daarvoor is dat in podiumgebouwen een extreme mate van flexibiliteit wordt verwacht, om zeer uiteenlopende voorstellingen te kunnen accommoderen. De grote theaterzaal is technisch zodanig uitgerust dat deze zowel geschikt gemaakt kan worden voor toneel als voor alle vormen van dans- en muziektheater. De technische installatie en inrichting van de B-zaal zorgen ervoor dat de grote popzaal op dezelfde avond snel kan worden omgetoverd van concertzaal voor allerlei vormen van versterkte muziek tot uitgaanstempel voor danceparty’s met DJ’s. Bovendien kan de zaal voor kleine theatervoorstellingen en vlakke-vloer-producties gebruikt worden. Backstage delen de drie zalen ruime en efficiënte expeditiefaciliteiten; de extra ruimte die hierdoor ontstaat maakt het snel opbouwen en afbreken van sets mogelijk, zelfs voor complexe producties. De afzonderlijke instellingen hebben volledige vrijheid onafhankelijk van elkaar te programmeren; door toepassing van doos-in-doos constructies en bouwkundige dilataties is onderlinge overlast uitgesloten.
Een podiumgebouw kan pas een succes worden wanneer het functioneel in elkaar zit. Een goed theater brengt performers tot betere prestaties. In het concept zijn drie zones herkenbaar, namelijk de aan- en afvoerzone (backstage), de speelzone en de publiekszone, ieder met hun eigen sfeer. Backstage helder, stijlvol, soms huiselijk. Het biedt een comfortabele werkomgeving, waar artiesten zich prettig voelen en graag terugkomen. Daarnaast is het een goed geoliede machine met tal van mogelijkheden.
Voor het publiek is beleving misschien nog belangrijker en elke doelgroep heeft zijn eigen wensen. Het operapubliek heeft andere verwachtingen dan de tieners die komen dansen. Het gebouw speelt hierin een belangrijke rol en allerlei middelen zoals kleur, materiaal, textuur en decoratie zijn ingezet om een aantrekkelijke ervaring te creëren. Met een uitgekiend lichtsysteem kan de architectuur van de drie foyers die overdag een geheel vormt, per ruimte en per avond totaal van karakter veranderen. Zal de theaterfoyer vaak een romantische en feestelijke omgeving bieden met een open karakter en verschillende niveaus rondom de zaal als stralend middelpunt, de foyers van de popzalen zijn meestal abstracter en meer introvert, met een verlichting die de ruimte visueel verlaagt en de aandacht richt op vloer en plint. De drie foyers van het Muziekkwartier kunnen ook onderling gekoppeld worden, aaneengeregen door de geornamenteerde achterwand. Daarbij is er via een loopbrug ook een verbinding met het naastgelegen muziekcentrum. Zodoende kan Enschede een enorm overdekt muziekfestival organiseren, een bonus van de gezamenlijke huisvesting.
Het podiumgebouw is er in eerste en laatste instantie voor de ontmoeting tussen artiesten en publiek: de voorstellingen. Naast goede techniek op en om het podium en aangename foyers is hiervoor met name de sfeer van de zalen bepalend. De grote theaterzaal heeft een enigszins klassieke, warme uitstraling, met rode stoffen en donkere houtsoorten. De grondvorm is schelpvormig, waarop de rijen stoelen dubbelgekromd het podium als het ware omhelzen. Het bevordert dat het publiek als een collectief op het opgevoerde spel reageert. De kleine C-zaal heeft een intieme en warme clubsfeer, met parket en houten wandbekleding in combinatie met geprofileerde prefab betonpanelen. De grotere B-zaal is donker, enigszins neutraal maar toch ruig, door een combinatie van geperforeerde corten-stalen beplating en ook weer prefab betonpanelen met een zwarte kunststof vloer.
De rijke verzameling aan gewenste ruimten is op een slimme manier op een krappe stadslocatie aan het spoor in elkaar gestoken binnen een bijzondere verschijning. Met een enorme buitentrap in de richting van het station en een inclinerende groenkoperen dakschil boven een glaspui aan de kant van het stadscentrum maakt het aan alle zijden een uitnodigend gebaar. En daarmee draagt het als scharnier bovendien bij aan een logische en aantrekkelijke stedenbouwkundige routing.
Bekijk de virtuele tour.
>top
FACILITEITEN
Op 18.000 m2 vloeroppervlakte zijn verschillende zalen gerealiseerd, waaronder speciale poppodia voor resp. 300 en 700 personen, een (muziek)theater met 1001 stoelen, een muziekschool, een popcafé, oefen- en lesruimten, kantoorruimten, centrale voorzieningen en congresfaciliteiten. Een grote foyer geeft toegang tot de verschillende ruimten en voorzieningen.
Bekijk de virtuele tour.
>top